BY: W. Shadid, 27-11-2008, ook verschenen in Openbaar Bestuur
Klik hier voor een pdf-versie
Wie de integratiedebatten zorgvuldig bestudeert, constateert al snel dat moslims en allochtonen in het algemeen, noch door de politiek, noch door het publiek worden geaccepteerd als onlosmakelijk onderdeel van de Nederlandse samenleving. Het land lijkt op dit punt het oude motto “Nederland is geen immigratieland” niet te zijn ontgroeid, ondanks dat CBS-cijfers laten zien dat circa 20 procent van de bevolking inmiddels een allochtone achtergrond heeft.
Met betrekking tot moslims en de islam toont Amerikaans onderzoek aan dat Nederlanders (51%) hier het meest negatief tegenover staan in vergelijking met de 17 andere onderzochte Noord Amerikaanse en Europese landen naast India en China.1 In het derde rapport van de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie wordt eveneens gesteld dat moslims in Nederland onderworpen zijn aan stereotyperend, stigmatiserend en soms ronduit racistisch politiek taalgebruik, vooringenomen mediaberichtgeving en buitenproportionele aandacht voor onder meer veiligheidsbeleid. Zij zijn slachtoffer van racistisch geweld en andere racistisch gemotiveerde misdrijven.2 Zowel hun burgerrechten als persoonlijke vrijheden worden onvoldoende gerespecteerd. De politiek, het onderwijs en de media bediscussiëren voortdurend aan de hand van enkele afwijkende gevallen hun klederdracht, hun begroetingsgewoonten, hun religieuze binding en de selectie van hun huwelijkspartner. Uitzonderingen worden tot regel verheven. Bij het formuleren van maatregelen ter zake wordt volgens het rapport van Human Rights Watch door het beleid onvoldoende zorgvuldigheid betracht. Daarbij wordt gesteld dat het Nederlandse inburgeringsexamen dat in het kader van gezinshereniging in het buitenland moet worden afgelegd, discriminerend is. Het examen is alleen verplicht voor burgers van bepaalde landen en als zondanig is bedoeld om immigranten uit die landen te weren en niet primair om inburgering te bevorderen, aldus het rapport.3
Ook de voortdurende retoriek van politici, opiniemakers en essayisten met betrekking tot de vereiste aanpassing van immigranten en de ‘mislukte integratie’ zonder vermelding van overtuigende cijfers, en dat terwijl het rapport van de Commissie Blok het integratieproces, althans wat betreft de bijdrage van de allochtonen zelf, grotendeels als geslaagd beschouwt, is eveneens een indicatie voor het gebrek aan acceptatie van de deze bevolkingsgroepen.4