Januari

 

Nieuws

Cohen: Verdonk is heethoofd met koud hart
De Telegraaf, 4-1-2006
DEN HAAG - De Amsterdamse burgemeester Cohen vindt dat VVD-minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) zich in haar beleid „een heethoofd met een koud hart" toont, terwijl dat beleid volgens hem „een koel hoofd met een warm hart" vereist.
Cohen zegt dat in Vrij Nederland van deze week. Hij blikt in het weekblad terug op de totstandkoming van de Vreemdelingenwet in 2000. Cohen was toen als PvdA-staatssecretaris verantwoordelijk voor het vreemdelingenbeleid.
Hij nam woensdag afstand van de kwalificatie „heethoofd met een koud hart". Cohen liet weten dat hij de geciteerde woorden uitsluitend heeft gebruikt in verband met enkele aan hem voorgelegde voorbeelden, die verderop in het interview aan de orde komen. De gewraakte typering in het interview is door hem expliciet niet geautoriseerd, omdat hij die niet zou hebben gebruikt.
Volgens Cohen is de hardheid van het huidige beleid geen automatisch uitvloeisel van de Vreemdelingenwet. „Ik vind niet dat in die wet een verharding van het beleid zit. Wat in die wet zit is het versnellen van procedures. Dat vervolgens op basis van die wet weer beleid wordt gevoerd, dat is wat anders. Dat beleid, ja, dat wordt gevoerd door een ander kabinet in een andere tijd."
De Vreemdelingenwet, die binnenkort door de Tweede Kamer wordt geëvalueerd, heeft volgens de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch geleid tot het schenden van rechten van asielzoekers. Ook het onafhankelijk Kamerlid Nawijn (in het vorige kabinet minister voor Vreemdelingenzaken), zegt in Vrij Nederland dat het beleid is „doorgeslagen". Uitgeprocedeerde asielzoekers worden volgens hem „gecriminaliseerd".
Vice-president van de Amsterdamse rechtbank Van Bennekom uit in het weekblad eveneens kritiek. Volgens hem hebben asielzoekers geen eerlijke kans in de Nederlandse procedure. Van Bennekom beschuldigt de Raad van State van het stelselmatig 'dekken' van beslissingen van de immigratiedienst IND. „Ik denk dat de kans om bij de Raad van State gelijk te krijgen voor de IND veel groter is dan voor de asielzoeker."

Vertrekpremie voor Antillianen
NRC, 10-1-2006
Door een onzer redacteuren
Rotterdam, 10 Jan. Een Antilliaans gezin in Den Helder heeft van de gemeente een reis naar Curaçao betaald gekregen op voorwaarde dat ze een aantal jaar niet meer in Nederland mogen komen. Eerder werd haar broer in 2004 neergeschoten in Den Helder.
Het gezin, bestaande uit een vader, moeder en schoolgaande kinderen, is weggegaan omdat de spanningen binnen de Antilliaanse gemeenschap in Den Helder te hoog opliepen door familievetes en ruzies.
Dat blijkt uit een onderzoeksrapport over de omvang van criminaliteit onder Antillianen in Den Helder. Binnen de Antilliaanse gemeenschap wordt de maatregel gezien als een 'oprotpremie', aldus het rapport. De gemeente spreekt van een „voorzorgsmaatregel". Het onderzoek is uitgevoerd door een onderzoeksgroep van de politieacademie, in opdracht van de gemeente Den Helder. De onderzoekers baseren hun bevindingen onder meer op politiegegevens en interviews met Antilliaanse jongeren.
Pauline Tanja, woordvoerder van de gemeente Den Helder spreekt van een „uitzonderlijke situatie". „Na de moord werd de moeder van het gezin zelf bedreigd. Het gezin had na de moord een sterke behoefte terug te keren naar Curaçao", zegt Tanja. „ Wij hebben de tickets betaald en een paar honderd euro meegegeven."
Het is onbekend hoe vaak mensen een premie krijgen om Nederland te verlaten. Eerder kreeg in 2000 een Roma-familie in Driebergen een oprotpremie van zes ton maar de familie bleef rondzwerven door de provincie Utrecht. De familie moest daarom één ton terugbetalen aan de gemeente.
Volgens het rapport zijn er sinds de jaren '90 problemen met Anttilianen in bepaalde wijken van de stad. De wijken kampen met drugsgebruik en drugshandel, diefstal, geweld en sociaal-economische problemen die leiden tot spanningen en conflicten tussen Antillianen.
De spanningen bereikte een hoogtepunt tijdens diverse schiet- en steekpartijen in 2003 en 2004. Daarbij vielen drie dodelijke slachtoffers. Media berichtte toen over het bestaan van een 'dodenlijst'. De onderzoekers hebben echter nooit aanwijzingen gevonden die het bestaan van deze lijst kunnen bevestigen.

Multicultureel platform houdt actieweek tegen racisme
De Telegraaf, 11-1-2006
AMSTERDAM - Het Platform Allemaal Anders Allemaal Gelijk houdt in maart een landelijke actieweek tegen racisme en intolerantie. De ongeveer zestig aangesloten organisaties gaan zich dit jaar vooral op jongeren richten. Zo komt er een campagne op scholen en in jongerencentra tegen radicalisering, antisemitisme, islamofobie en homofobie.
De actieweek wordt op 26 maart afgesloten met een grote manifestatie in Amsterdam of Utrecht. Dat heeft een woordvoerder van het platform dinsdagavond bekendgemaakt. De organisatie heeft voor maart gekozen omdat de Verenigde Naties 21 maart hebben uitgeroepen tot dag tegen racisme.
Het landelijke platform organiseerde vorig jaar een soortgelijke actieweek. De organisaties die zijn aangesloten, variëren van politieke partijen en vakbonden tot de homobeweging en religieuze organisaties. Meer dan twintig Marokkaanse organisaties zijn lid.

Werkloosheid onder allochtone jongeren verdubbeld
NRC, 17-1-2006
Door een onzer redacteuren
Rotterdam, 17 jan. De werkloosheid onder allochtonen in Nederland is sterk gestegen, van bijna tien procent in 2001 tot ruim twintig procent vorig jaar. Onder allochtone jongeren is de werkloosheid zelfs twee keer zo hoog, veertig procent. Dat is twee keer zo veel als onder autochtone jongeren.
Dat meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) vandaag op basis van onderzoek naar de leefsituatie van Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen in de vijftig grootste gemeenten. Hier woont 36 procent van de autochtone en ruim 75 procent van de allochtone bevolking.
De werkloosheid onder allochtonen blijkt het hoogst onder Marokkanen (27 procent), bij Antillianen is dat 22 procent, bij Turken 21 procent en onder Surinamers bedraagt deze 16 procent.
Daar staat tegenover dat het aantal allochtonen met een vaste baan of een eigen bedrijf de afgelopen tien jaar fors gestegen is, naar 450 duizend. Dat is 41 procent van de niet-westerse allochtonen tussen de 15 en 64 jaar. Van de autochtone groep heeft 61 procent betaald werk of een eigen bedrijf.
Het Planbureau waarschuwt voor de gevolgen van de hoge werkloosheid onder allochtone jongeren. Betaald werk is volgens het SCP nog altijd een van de belangrijkste middelen voor de integratie tussen bevolkingsgroepen. „De recente onlusten in de Franse voorsteden vonden een belangrijke voedingsbodem in de hoge werkloosheid onder jongeren", zo waarschuwt het SCP.
Steven van Eijck, commissaris voor het Jeugdbeleid en voormalig staatssecretaris van Financiën, is geschrokken van het onderzoek. „Dit zijn buitengewoon schokkende cijfers. De bestrijding van jeugdwerkloosheid heeft de hoogste prioriteit. Dit moet vooral lokaal aangepakt worden", zegt hij.
Hij vindt daarom dat elke gemeente in Nederland een „wethouder Jeugdbeleid" moet krijgen. „Nu zijn allerlei verschillende wethouders met deze problematiek bezig. De verschillende instellingen zijn niet goed op elkaar aangesloten. Als een jongere zijn school niet afmaakt, is dat bij een andere instelling pas een half jaar later bekend. Dan heeft die jongere al een half jaar thuis gezeten voordat er iets gedaan wordt."
Jongeren die uitvallen uit mbo of vmbo moeten volgens Alfred van Delft, secretaris van werkgeversorganisatie MKB-Nederland, door de school of de gemeente bij de hand worden genomen.
„Anders raken ze te ver van de arbeidsmarkt verwijderd", zegt Van Delft.
Waarom hebben allochtonen meer kans werkloos te worden dan autochtonen? Werkgevers selecteren, aldus het SCP, als gevolg van de laagconjunctuur vooral op opleidingsniveau en beheersing van de Nederlandse taal. Dat treft vooral de allochtonen zonder werkervaring en met weinig opleiding. Bovendien hadden veel van deze allochtonen in de jaren negentig een tijdelijke baan, die zij bij de omslag van de economische conjunctuur weer verloren.
Verder signaleert het SCP dat maatregelen om werkgevers aan te sporen allochtonen aan te nemen, zoals de Wet Samen en het mkb-convenant, de laatste jaren zijn verdwenen.
„Allochtone jongeren zitten in een drievoudige val", zegt Hans de Boer, van de Task Force Jeugdwerkloosheid. „Ze zijn jong", zegt hij, „en alle jongeren hebben het nadeel van een slechte economie". Daarnaast is het drop-out percentage onder allochtone jongeren twee tot drie keer zo hoog als onder autochtone jongeren. Ook bewegen ze zich niet in de juiste netwerken op de arbeidsmarkt. „Verder melden ze zich vaak niet bij het Centrum voor Werk en Inkomen en dan kunnen wij ze niet bereiken."
Maar wat minstens zo belangrijk is, zegt De Boer: allochtone jongeren hebben een slecht imago op de arbeidsmarkt. Ze krijgen vaker een tijdelijk contract omdat „werkgevers de kat uit de boom kijken", zegt De Boer. „Ik word daar niet blij van, maar ik begrijp het wel."
Arjen Ploegmakers, beleidsmedewerker arbeidsmarkt en onderwijs bij de vakbond FNV, vindt daarom „dat moet worden geprobeerd via CAO-onderhandelingen afspraken te maken, zodat werkgevers allochtone jongeren aannemen", zegt hij. „We kunnen bijvoorbeeld afspreken dat bepaalde uitzendbureau's waar veel allochtonen zijn ingeschreven in de arm worden genomen."
De weg naar het uitzendbureau weten allochtone jongeren namelijk wel te vinden. Bij uitzendbureau Randstad bestaat 10 tot 12 procent van de flexwerkers uit allochtonen. „Het grootste deel daarvan is jong", zegt Roland Berendsen, directielid van Randstad Nederland. Als allochtonen moeilijk aan werk te helpen zijn, ligt dat volgens hem vaak aan een afgebroken opleiding. De arbeidsmarkt ontwikkelt zich naar boven, zegt hij. „Je moet meer kunnen en weten: lopende band-werk is er steeds minder."
Toch ligt er ook verantwoordelijkheid bij de allochtone jongeren zelf, vindt Hans de Boer. „Als ze geen diploma's halen of ze melden zich niet bij het CWI kunnen we er echt niks mee." Allochtone jongeren „moeten zich realiseren dat ze zonder een goede opleiding niet in de Nederlandse samenleving kunnen groeien", zegt Alfred van Delft van het MKB. „Soms hebben ze een houding van 'het CWI zal mij wel helpen'.
Randstad ziet dat jongere allochtonen het liefst bij grote bekende bedrijven werken, zoals KLM, KPN en ABN Amro. „Het telt voor hen ook dat hun ouders het bedrijf kennen", zegt Berendsen. „Mogelijk beperken zij hun eigen mogelijkheden daarmee."
Hans de Boer van de Taskforce Jeugdwerkloosheid vindt het hoe dan ook „heel erg jammer" als allochtone jongeren buiten de boot blijven vallen bij het vinden van een baan. Het is economische verspilling. „We hebben ze met de naderende vergrijzing hard nodig."
Nederland telt 58.000 allochtone ondernemers. In 1994 waren het er 21.000. De grootste groep zijn de Turken (15.000), gevolgd door Surinamers (10.000), Chinezen (7.000) en Marokkanen (6.000).
De sterkste stijging van het aantal zelfstandige allochtone ondernemers deed zich ook voor onder Turken. Hun aantal nam in tien jaar tijd toe met 247 procent. Surinamers volgden (136 procent).
Bij Marokkanen, Antillianen en Turken is de werkloosheid iets hoger bij vrouwen dan bij mannen. Bij Surinamers is het omgekeerd. Van de Turkse en Marokkaanse vrouwen heeft 70 procent geen werk. Onder Surinaamse en autochtone vrouwen is dat 45 procent. Van de Antilliaanse vrouwen heeft 55 procent geen baan.
Niet-westerse allochtonen hebben minder vaak een vast dienstverband dan autochtone werknemers. Vooral groepen die nog niet zo lang in Nederland zijn, zijn aangewezen op 'flexibele banen'.

Groen licht voor inburgeringstoets in land van herkomst
de Volkskrant, 19-1-2006
ANP
DEN HAAG - Migranten die naar Nederland willen komen, moeten vanaf maart in het land van herkomst een inburgeringsexamen afleggen. Een meerderheid van de Tweede Kamer gaf minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) donderdag het groene licht om met de toets te beginnen, zolang de kandidaten maar niet de dupe worden van de kinderziekten die zich daarbij nog zullen voordoen.
'Een historisch moment', zei de opgetogen VVD-bewindsvrouw na afloop van het overleg. Volgens haar durft Nederland voortaan duidelijke eisen te stellen aan migranten van buiten de Europese Unie die zich hier in het kader van gezinshereniging of -vorming willen vestigen.
Nu zijn veel huwelijksmigranten niet goed voorbereid op een leven in de Nederlandse samenleving. De verplichte inburgering in het buitenland dwingt hen om zich daar al in het thuisland op voor te bereiden.
Klik hier!
Ze moeten op een ambassade of consulaat een examen gaan afleggen dat de kennis van de Nederlandse taal en samenleving toetst. Dat gebeurt in het Nederlands via een telefonische verbinding met een computer met spraakherkenning. Over de kwaliteit en betrouwbaarheid van die nieuwe technologie (phonepass-systeem) lopen de meningen van deskundigen uiteen.
Maar Verdonk nam op basis van een advies van onderzoeksinstituut TNO het besluit het systeem alvast in te voeren en een en ander ondertussen in de praktijk te onderzoeken om waar nodig de kwaliteit te verbeteren. Volgens haar zijn er inmiddels voldoende waarborgen om ermee te beginnen.
Zo worden de computeruitslagen van de eerste vijfhonderd kandidaten tijdelijk opnieuw bekeken door vier examinatoren in Nederland om te voorkomen dat iemand onterecht zakt. Als er verschillen zijn, geldt volgens Verdonk het gunstigste oordeel. Bij technische problemen mag een kandidaat het examen gratis overdoen. Ook zal een onafhankelijke commissie van deskundigen het hele proces volgen en de resultaten bekijken. Daarnaast zal TNO een wetenschappelijk eindoordeel geven, waarna de Kamer erover spreekt.
Als er in de eerste fase onverhoopt toch grote problemen ontstaan, zal Verdonk de Kamer direct inlichten, beloofde ze. De regeringspartijen CDA, VVD en D66 en in elk geval oppositiepartij LPF namen genoegen met de toezeggingen en spraken hun steun uit voor de invoering van het verplichte examen.
De PvdA bleef erbij dat er vooraf nog één goed onderzoek nodig is om meer te weten te komen over de betrouwbaarheid van het systeem. Volgens de SP en GroenLinks worden vijfhonderd inburgeraars nu gebruikt als proefkonijn en dat is volgens de partijen niet de bedoeling.
De Eerste Kamer had in december al ingestemd met de inburgeringstoets. Migranten die ervoor zijn geslaagd, moeten eenmaal in Nederland nog een zwaarder inburgeringsexamen halen.

Cohen overlegt met Marokkanen over spanning in Amsterdam
de Volkskrant, 20-1-2006
ANP
AMSTERDAM - Burgemeester Cohen van Amsterdam gaat zondag met Marokkaanse organisaties om de tafel om te praten over de huidige gespannen situatie in de stad. Afgelopen week riep hij alle stadsdeelvoorzitters bijeen omdat er volgens hem sprake is van een onrustige sfeer in de wijken. Hij doelde daarmee onder meer op enkele incidenten met Marokkaanse jeugd.
Een aantal mensen vanuit de Marokkaanse gemeenschap heeft nu het initiatief genomen om te kijken wat ze zoal kunnen doen om de rust in de hele stad te doen weerkeren.
'Een aantal organisaties heeft in Slotervaart de afgelopen dagen de benen uit het lijf gelopen om de rust in de buurt te houden', aldus een van de organisatoren. Tientallen jongeren reageerden hun woede over de dood van een 17-jarige Marokkaanse jongen, die verongelukte met zijn scooter, af op de politie.
Ook in de Diamantbuurt in het zuidelijke deel van De Pijp veroorzaakten Marokkaanse jongeren onrust. Ze sloegen rond Oud en Nieuw de ruiten aan diggelen van tientallen auto's. Bovendien heeft een aantal bewoners in dit stadsdeel last van stelselmatige treiterijen door groepen jongeren. Cohen zei deze week dat door de hele stad dit soort incidenten plaatsvinden, die niet allemaal de media halen.
Volgens de Marokkaanse initiatiefnemers 'suddert' het al langere tijd door de stad. 'Als actieve Marokkaanse burgers en organisaties hebben wij een verantwoordelijkheid richting deze jongeren. Het zijn onze kinderen en ze zijn onze toekomst', schrijven ze in een verklaring.
Het is de bedoeling dat de Marokkaanse gemeenschap zondag zo breed mogelijk is vertegenwoordigd. 'We hebben heel veel organisaties aangeschreven, jongeren, vrouwen, moskeeën, imams. Het is de bedoeling dat jong en oud aanwezig zijn', aldus de zegsman.

Verdonk wil omgangscode voor heel Nederland
De Telegraaf, 21-1-2006
ROTTERDAM - Minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) wil een code voor heel Nederland waarin gedragsregels voor burgers staan. Uitgangspunten moeten de Nederlandse waarden en normen zijn zoals het spreken van de Nederlandse taal op straat, niet discrimineren en gelijkheid tussen man en vrouw.
Verdonk zei dat zaterdag tijdens een VVD-congres over integratie. Ze is geïnteresseerd in de Rotterdam-code, waarin zeven gedragsregels staan voor de dagelijkse omgang tussen alle burgers. De bewindsvrouw zei dat ze ook toe wil naar zo'n code voor integratie en burgerschap, die wat haar betreft voor alle gemeenten zou moeten gelden.
Daarvoor gaat de minister met deskundigen om de tafel zitten om te kijken „wat belangrijk is, wat de Nederlandse identiteit is, waar zijn we trots op?" De bewindsvrouw zegt dat het allochtonen vaak niet duidelijk is wat van hen verwacht wordt als zij zich in Nederland hebben gevestigd. „Ze spreken mij daarop aan. Wij moeten daar duidelijker in durven te zijn. Het blijft nu te abstract", aldus Verdonk.
Haar partijgenoot Griffith, wethouder in Amsterdam, kan zich niet vinden in zo'n code. Vooral het Nederlands spreken op straat gaat haar veel te ver. „Als ik met mijn vriendin op straat lekker Surinaams loop te keuvelen, moet ik dat zelf weten. Ik veroorzaak geen overlast." Verdonk zegt daarentegen dat mensen zich vaak onprettig voelen, als zij op straat alleen maar buitenlandse talen horen.
Zo'n bemoeienis van de overheid is in de ogen van Griffith bovendien niet liberaal. Wel vindt ze dat Nederlands de taal moet zijn in winkels en op scholen en schoolpleinen. Griffith vindt een code als die in Rotterdam slechts een papiertje terwijl het „erom gaat gedrag tussen de oren te krijgen." Ook vreest ze een hellend vlak, „want straks gaan we ook codes opstellen voor het uiterlijk van mensen." Minister Verdonk vindt een omgangscode wel liberaal omdat alle mensen zich veilig moeten voelen in de samenleving.
Verder vindt de bewindsvrouw het belangrijk dat allochtonen meer melding ervan maken en aangifte doen, als zij gediscrimineerd worden bij het zoeken naar een baan of een stageplek. „Als vijftien autochtone leerlingen wel een stageplaats hebben en de vijf allochtone niet, weet je dat het niet goed is." Verdonk spreekt werkgevers erop aan dat zij iedereen gelijke kansen moeten geven. Volgens haar voeren veel grote bedrijven een actief diversiteitsbeleid maar moet het midden- en kleinbedrijf daarin nog beter aan de slag.

Jonge VVD'ers 'sprakeloos' van taaleis Verdonk
de Volkskrant, 23-1-2006
ANP
DEN HAAG - De jongerenorganisatie van de VVD, de JOVD, verwerpt het pleidooi van VVD-minister Verdonk voor Vreemdelingenzaken en Integratie dat op straat iedereen Nederlands zou moeten spreken. De JOVD is 'sprakeloos en gelooft wel in Babylonisch Nederland', stelde de organisatie maandag in een verklaring.
Aanleiding daarvoor was de steun die Verdonk zaterdag uitsprak voor een Rotterdamse gedragscode die als basis dient voor het nieuwe integratiebeleid in die gemeente. Een van de zeven regels daarvan is dat het Nederlands op straat als gemeenschappelijke taal moet worden gebruikt. Op dit punt schiet de code volgens de JOVD haar doel voorbij en is die in strijd met de liberale beginselen.
Iedereen mag naast het Nederlands andere talen gebruiken als de situatie daarom vraagt en gesprekspartners deze andere taal ook machtig zijn, meent de organisatie. De liberale jongeren vinden het onwenselijk om het gebruik van het Nederlands dan voor te schrijven. Bovendien valt het volgens hen niet te controleren.
Een lid van de Jonge Democraten, de aan D66 gelieerde jongerenorganisatie, heeft afgelopen weekeinde een klacht tegen Verdonk ingediend bij het meldpunt discriminatie. De 27-jarige Jeroen Adema, van Duitse afkomst, vindt dat de bewindsvrouw niet het recht heeft hem te verbieden in openbaar Duits te spreken. De Jonge Democraten steunen Adema in zijn aanklacht.

'Driekwart Nederlanders positief over immigranten'
Trouw, 23-1-2006
(Novum) - Driekwart van de Nederlanders is positief over de dagelijkse ervaringen met immigranten. Dat blijkt uit een onderzoek naar de tolerantie ten opzichte van immigranten.
Volgens het tijdschrift Reader's Digest dat maandag het onderzoek presenteerde, denken alleen de Zwitsers (87 procent) en de Zweden (86 procent) positiever over nieuwkomers. Het onderzoek werd afgenomen onder inwoners van acht Europese landen.
Volgens tachtig procent van de Europese deelnemers moeten immigranten verplicht worden de taal, geschiedenis en cultuur van hun nieuwe thuisland te leren. Negentig procent van de Nederlanders vindt dat belangrijk. Bijna zestig procent van de Nederlanders vindt dat islamitische vrouwen een hoofddoek mogen dragen naar school of werk. De helft van de Europeanen is deze mening toegedaan.
Spanjaarden bleken het minst tolerant ten opzichte van immigranten. Volgens Reader's Digest houdt dit waarschijnlijk verband met de aanslagen door moslimfundamentalisten in Madrid, die in maart 2004 aan 191 mensen het leven kostten.
Voor het onderzoek werden 7.820 Europeanen benaderd. Naast Zweden, Zwitsers en Nederlanders namen inwoners van België, Duitsland, Groot-Brittannië, Portugal en Spanje deel aan het onderzoek.

Stoere cowboytaal helpt integratie niet
De Telegraaf, 26-1-2006
RIJSWIJK - 'Iedereen moet op straat Nederlands spreken'. 'Het is verboden een boerka te dragen' of 'Die imam heeft verkeerde ideeën en vergiftigt zijn volgelingen'. „Dat is stoere cowboytaal die niet meehelpt aan integratie maar eerder de allochtoon wegduwt van de samenleving."
Wasif Shadid, hoogleraar communicatie en cultuur aan de Universiteit van Leiden ergert zich mateloos aan de ongenuanceerde uitspraken van politici en andere opiniemakers. Het verhardende optreden heeft volgens hem een averechts effect: je werkt niet aan een multiculturele samenleving maar stimuleert juist het wij en zij-gevoel.
De allochtonen worden als geheel in een verdomhoek gezet, vindt Shadid. „Als minister Verdonk het heeft over het spreken van Nederlands op straat slaat ze de plank mis. Nog afgezien van het feit dat zoiets juridisch niet haalbaar is en ook niet te handhaven, spreekt de groep die als groot probleem wordt gezien -de (Marokkaanse) jongeren- meestal uitstekend Nederlands. Ze lachen hierom en weten zich alleen maar meer buitengesloten en hun afkeer van de Nederlandse samenleving groeit."
Shadid noemt het te zot voor woorden dat 150 Kamerleden zich druk maken over drie meisjes die met een boerka lopen. „Individuele uitingen worden opgeblazen tot een maatschappelijk probleem, als zou de samenleving op knappen staan. Steeds worden allochtonen op ons gouden weegschaaltje gezet, beoordeeld en te licht bevonden."
„Laten we nuchter doen", vindt Ilhan Akel, directeur van het Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB). „We willen een open samenleving. Geen wij en zij. Ik woon nu 33 jaar in Nederland. Elke keer als er verkiezingen in aantocht zijn hoor je deze spierballentaal weer. Marokkanen die over de schreef gaan, pak ze aan. Maar stem je samenleving niet af op halvegaren zoals Mohammed B. of Samir A."
Akel merkt op dat negatieve uitingen steeds opnieuw uitgebreid in de pers komen, worden uitvergroot of tot in den treure besproken. „We moeten juist positieve ontwikkelingen benadrukken. Als er honerd allochtone jongeren doorstromen naar de Landmacht of als er allochtone moeders helpen op scholen, geeft niemand daar aandacht aan."
Jarenlang is de verwachting gewekt dat het allemaal wel lukt zodra je de taal onder de knie hebt en de school af. „Maar dat blijkt niet het geval. Na school is er gebrek aan perspectief", concludeert Paul Vedder, hoogleraar Leren en ontwikkeling in de multiculturele samenleving. „We hebben een halfslachtig stage- en werkplekkenbeleid", vindt de Leidse prof. „Het gaat om de participatie aan de Nederlandse samenleving. Het kan niet zo zijn dat een migrant aan al onze verwachtingen voldoet en vervolgens zonder werk weer buiten de samenleving terecht komt."
„Er is een brede groep migranten die weet dat ze Nederlands moet leren. Bij diegenen die dat nu niet spreken, vooral in de eerste en tweede generatie migranten, is dat niet het probleem. Het zit bij de jongeren die Nederlands praten maar die als ze al een opleiding hebben afgemaakt nauwelijks kans op werk hebben. Een maatregel zoals in Nijmegen waar de sollicitant wordt geanonimiseerd, zodat iemand met een Marokkaanse naam niet meteen wordt afgewezen, blijkt noodzakelijk."
Shadid vindt dat op scholen de kiem gelegd moet worden voor de open samenleving van straks. „Daar moeten jongeren 'leren' elkaar te accepteren. Daar zitten de werkgevers die straks eerlijk moeten selecteren en niet op kleur of naam moeten afwijzen. Als ze nu niet met elkaar om kunnen gaan, kunnen ze dat straks ook niet. Op die scholen moet dan niet 'een stukje Marokkaanse cultuur' geleerd worden. Dat helpt niet bij integratie, die jongeren hebben al bijna twintig jaar Nederlandse geschiedenis gemeen met hun medeleerlingen en weten nauwelijks iets van de Marokkaanse cultuur. En ze gaan heus niet terug naar Marokko, ze blijven hier."
Voor Akel, Shadid en Vedder vormen tolerantie en respect, klassieke normen en waarden, het sleutelwoord. „Niet alle groepen over een kam scheren, geen kampen voor allochtone dropouts of geneuzel over boerka's, niet bang zijn de westerse waarden of de westerse democratie kwijt te raken. We moeten ons niet door angst laten leiden. We moeten werken aan die open samenleving", aldus Shadid.